Kerkdienst 15 maart

Kerkdienst zondag 15 maart 2026 9:30 uur.

Voorganger: Ds B Schaaij

Deze dienst wordt live uitgezonden via Youtube en de kerkradio.

Liturgie

Als votum Ps 121: 1: Ik sla mijn ogen op en zie

1. Ik sla mijn ogen op en zie
de hoge bergen aan, / waar komt mijn hulp vandaan ?
Mijn hulp is van mijn Heere, die
dit alles heeft geschapen. / Mijn herder zal niet slapen.

Groet

Lied: Ps 121: 4 De Heer zal U steeds gadeslaan

De Heer zal u steeds gadeslaan,
Hij maakt het kwade goed, / Hij is het die u hoedt.
Hij zal uw komen en uw gaan,
wat u mag wedervaren, / in eeuwigheid bewaren.

Tien woorden: Bevrijding

Lied: DNP 145 :1,3,5 Mijn God en koning, ik wil toegewijd

1. Mijn God en koning, ik wil toegewijd
uw naam verhogen tot in eeuwigheid.
Ik breng U dankbaar hulde, elke dag;
ik prijs uw naam zolang ik leven mag:
‘Hij is de lofzang waard! Laat heel de aarde
Hem eren en zijn koningschap aanvaarden.
De HEER is groot, door niets wordt Hij gebonden;
geen mens die ooit zijn grootheid kan doorgronden.’

3. Genadig en vol liefde is de HEER.
Hij heeft geduld, Hij redt ons keer op keer.
Hij deelt zijn gaven uit aan groot en klein;
zijn schepping mag bij Hem geborgen zijn.
Laat alles wat U maakte voor U buigen,
U prijzen, van uw koningschap getuigen.
Laat ieder uw gezag en daden eren,
verkondigen dat U steeds zult regeren.

5. Rechtvaardig is de HEER in wat Hij doet.
Hij blijft zijn schepping trouw en doet haar goed.
Hij wijst de wens niet af van wie Hem eert;
wie redding zoekt bij Hem blijft ongedeerd.
Aan wie Hem liefheeft, blijft de HEER verbonden,
maar wie in zonde leeft, richt Hij te gronde.
Ik zal zijn naam voortdurend eer bewijzen.
Laat alles wat bestaat Hem altijd prijzen.

Kindmoment

Schriftlezing: Joh. 9:1-11, 24-41

Genezing van een blinde
1 In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was.
2 Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’
3 ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.
4 Zolang het dag is, moeten we het werk doen van Hem die Mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen.
5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht voor de wereld.’
6 Na deze woorden spuwde Hij op de grond. Met het speeksel maakte Hij wat modder, Hij streek die op de ogen van de blinde
7 en zei tegen hem: ‘Ga u wassen in het badhuis van Siloam.’ (Siloam is in onze taal ‘gezondene’.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien.
8 Zijn buren en de mensen die hem kenden als bedelaar zeiden: ‘Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’ 9 De een zei: ‘Ja, die is het,’ en de ander: ‘Nee, maar hij lijkt er wel op.’ De man zelf zei: ‘Ik ben het echt.’
10 Toen vroegen ze: ‘Hoe zijn je ogen opengegaan?’
11 Hij zei: ‘Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, streek die op mijn ogen en zei: “Ga naar Siloam om u te wassen.” Ik ging erheen, en toen ik me gewassen had kon ik zien.’

24 Toen riepen ze de man die blind geweest was weer bij zich. ‘Geef Gód de eer,’ zeiden ze, ‘die man is een zondaar, dat weten we toch.’
25 ‘Of Hij een zondaar is weet ik niet,’ zei hij, ‘maar één ding weet ik wel: ik was blind en nu kan ik zien.’ 26 Ze drongen aan: ‘Wat heeft Hij met je gedaan? Hoe heeft Hij je ogen geopend?’
27 ‘Dat heb ik u toch al verteld,’ zei hij, ‘maar u luistert niet! Wat wilt u nog meer horen? Wilt u soms leerling van Hem worden?’
28 Nu vielen ze tegen hem uit: ‘Je bent zelf een leerling van Hem! Wij zijn leerlingen van Mozes.
29 Van Mozes weten we dat God met hem gesproken heeft, maar van deze man weten we niet waar Hij vandaan komt.’ 30 De man antwoordde: ‘Wat vreemd dat u niet begrijpt waar Hij vandaan komt, terwijl Hij mijn ogen geopend heeft.
31 We weten dat God niet naar zondaars luistert, maar wel naar iemand die vroom is en zijn wil doet.
32 Dat iemand de ogen opent van een man die blind geboren is – dat is nog nooit vertoond!
33 Als die man niet van God kwam, zou Hij dit toch niet hebben kunnen doen?’
34 Toen riepen ze: ‘Jij, sinds je geboorte een en al zonde, wil jij ons de les lezen?’ En ze joegen hem weg.
35 Jezus hoorde dat en zocht hem op. Hij vroeg: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’
36 ‘Als ik wist wie het was, heer, zou ik in Hem geloven,’ zei hij.
37 ‘U kijkt naar Hem en u spreekt met Hem,’ zei Jezus.
38 Toen zei de man: ‘Ik geloof, Heer,’ en hij wierp zich voor Jezus neer.
39 Jezus zei: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.’
40 Een paar farizeeën die bij Hem stonden en dat hoorden, zeiden: ‘Wij zijn toch zeker niet blind!’
41 ‘Was u maar blind,’ zei Jezus, ‘dan zou u zonder zonde zijn. Maar u beweert dat u kunt zien, en dus blijft uw zonde.

tekst: Markus 10: 46-52

46 Ze kwamen in Jericho. Toen Hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg; het was Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
47 Toen hij hoorde dat Jezus van Nazaret voorbijkwam, begon hij luidkeels te roepen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’
48 De omstanders berispten hem en zeiden dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’
49 Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u.’
50 Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus.
51 Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik kan zien.’ 52 Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij zien en hij volgde Hem op zijn weg.

Lied: DNP 146: 3,4,5 Wie op Jakobs God blijft bouwen

3. Wie op Jakobs God blijft bouwen,
wie de HEER als helper heeft,
kent geluk en kan vertrouwen
op zijn God die redding geeft.
Hij schiep hemel, zee en land;
wat Hij heeft beloofd houdt stand.

4. Hij doet recht en zal bevrijden
wie niet weet wat vrijheid is,
voedt royaal wie hongerlijden,
redt uit de gevangenis.
Blinde ogen opent Hij;
wie gebukt gaat, staat Hij bij.

5. Hij beschermt de vluchtelingen,
heeft wie eerlijk leven lief.
Weduwen zien zegeningen,
wezen geeft Hij perspectief.
Maar de levensweg loopt dood
van wie doen wat Hij verbood.

Preek

Lied: LB 534 Hij die de blinden weer liet zien

1. Hij die de blinden weer liet zien,
hun ogen kleur liet ondervinden,
is zelf het licht dat ruimte geeft,
ons levenslicht, de Zoon van God.

2. Hij die de lammen lopen liet,
hun dode krachten deed ontvlammen,
is zelf de weg tot waar geluk:
ons levenspad, de Zoon van God.

3. Hij die de armen voedsel gaf,
met overdaad hen kwam verwarmen,
is zelf het brood dat honger stilt:
ons levensbrood, de Zoon van God.

4. Hij die de doven horen deed,
hun eigen oren deed geloven,
is zelf het woord dat waarheid spreekt:
het levend woord, de Zoon van God.

Gebed

Collecte

Lied: GK 8a Heer onze God hoe heerlijk

Heer, onze God, hoe heerlijk is uw naam,
die U ons noemt door sterren, zon en maan.
Hemel en aarde spreken wijd en zijd,
tonen het wonder van uw heerlijkheid.

Heer, onze God, die aard’ en hemel schiep,
zeeën en land met macht te voorschijn riep.
Wat zijn wij, mensen, dat U aan ons denkt
en ons uw heerlijkheid en luister schenkt?

U komt ons, Heer, in Christus tegemoet.
U geeft ons, Heer,
verlossing door zijn bloed.
U roept ons, mensen, in uw heerlijkheid:
leven om Jezus’ wil in eeuwigheid!

Daarom zal, Heer,
ons lied een loflied zijn,
dat in ons zingt met eindeloos refrein.
Prijzend uw liefde, heffen wij het aan:
Heer, onze God, hoe heerlijk is uw naam!

Zegen

Geven:
Maak uw gift over op de rekening van de diaconie NL 70 RABO 0159 1200 20 t.n.v. Nederlandse Gereformeerde Kerk.
Of scan de QR-code.

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie